Snellinks Zoeken
    


Zoek indicator op:
Naam Informatie
Indicatoren > Indicatorenlijst > PUBLIEKE INDICATOREN CHRONISCH HARTFALEN: DIAGNOSTIEK

PUBLIEKE INDICATOREN CHRONISCH HARTFALEN: DIAGNOSTIEK

Prevalentie van hartfalen in de praktijk

Toelichting*: De prevalentie van hartfalen in een praktijk geeft een indicatie voor het populatie-inzicht van de behandelaar, en in hoeverre de behandelaar regie uitoefent. Cijfers uit 2004 tonen aan dat de jaarprevalentie 9,5 per 1000 mannen is en 12,6 per 1000 vrouwen. Prevalentie en incidentie van hartfalen stijgen echter met de leeftijd: de prevalentie is voor mannen en vrouwen in de leeftijdsgroep 45-65 jaar 3,9 respectievelijk 2,0 per 1000 per jaar, voor 65 tot 75-jarigen 26 respectievelijk 18 en voor mensen ouder dan 75 jaar 95 respectievelijk 89. Erg lage prevalentiecijfers in een praktijk kunnen wijzen op onderdiagnostiek en daardoor veroorzaakte onvoldoende kwaliteit van zorg bij hartfalen. (Bron: o.a. IQ/NHG / Geïntegreerde eerstelijn- en ketenzorg / Basisset prestatie-indicatoren)

Aantal hartfalengerelateerde ziekenhuisopnamen per patiënt per jaar

Toelichting: Indien een eerstelijnspraktijk patiënten behandelt voor hartfalen is het uitgangspunt hierbij de patiënt zo veel mogelijk uit de tweedelijn te weren en deze zorg in de eerstelijn te verrichten. De kwaliteit van zorg voor deze patiënten dient hierbij voldoende hoog te zijn zodat het aantal doorverwijzingen en opnamen in de tweedelijn zoveel mogelijk beperkt blijven. Ziekenhuisopnamen reflecteren o.a. complicaties die voorkomen hadden kunnen worden door goede en tijdige zorg. De indicator met betrekking tot het aantal ziekenhuisopnamen geeft dan ook een oordeel over de mate waarin een eerstelijnspraktijk er in slaagt deze zorg zelf en kwalitatief hoogwaardig te verlenen. (Bron: Basisset prestatie-indicatoren / NHICB heart failure)

Percentage patiënten met gedocumenteerde vaststelling etiologie

Toelichting: Voor optimale behandeling is het noodzakelijk dat de etiologie van de aandoening zorgvuldig is vastgesteld. (Bron: NHICB haert failure (aangepast))

Percentage patiënten met adequate diagnostiek - a. Percentage patiënten met hartfalen bij wie anamnese is afgenomen - b. Percentage patiënten met hartfalen bij wie lichamelijk onderzoek is verricht

Toelichting*: Beoordeling van voorgeschiedenis, anamnese en lichamelijk onderzoek heeft een belangrijke waarde voor het aantonen of uitsluiten van hartfalen. Bij het lichamelijk onderzoek lijkt het vaststellen van crepitaties het meeste bij te dragen aan het stellen van de diagnose. Hoewel in alle gevallen diagnostische middelen ingezet dienen te worden (zie indicator 5), dient elke (voorlopige) diagnose gebaseerd te worden op het verrichten van een anamnese en lichamelijk onderzoek. (Bron: RAND (aangepast))

Percentage patiënten met adequate aanvullende diagnostiek - a. Percentage patiënten bij wie een laboratoriumanalyse is uitgevoerd voor BNP of NTpro-BNP (natriuretische peptiden) - b. Percentage nieuwe patiënten met hartfalen bij wie ECG is aangevraag

Toelichting*: Het stellen van de diagnose hartfalen, uitsluitend gebaseerd op klinische gegevens, is vaak niet mogelijk. Aanvullend onderzoek is van belang om overdiagnostiek te voorkomen en voor het nagaan van de eventuele oorzaak en bijkomende cardiale problematiek. Belangrijk hierbij zijn de natriuretische peptiden en het verrichten van een ECG. Natriuretische peptiden zijn eiwitten die geproduceerd worden in respectievelijk de wand van atria en ventrikels. Bij rek van de hartspier wordt er meer ANP en BNP geproduceerd; de spiegels in het bloed stijgen dan ook. Bij hartfalen stijgen dus de concentraties. Het (NT-pro)BNP heeft goede testeigenschappen. Na beoordeling van voorgeschiedenis, anamnese en lichamelijk onderzoek heeft de bepaling een duidelijke toegevoegde waarde voor het aantonen of uitsluiten van hartfalen. Een normaal ECG maakt de diagnose hartfalen zeer onwaarschijnlijk: in de literatuur blijkt dat de negatief voorspellende waarde van een normaal ECG rond de 98% is. Atriumfibrilleren en repolarisatiestoornissen zijn hierbij de belangrijkste ECG-bevindingen. (Bron: IQ/NHG / ACC Haert failure measures (aangepast))

* afgeleid van NHG standaard; http://nhg.artsennet.nl/kenniscentrum/k_richtlijnen/k_nhgstandaarden/NHGStandaard/M51_std.htm


Verwante indicatorenlijst:Verwante projecten:
Disclaimer | Contact