![]() |
||
| Snellinks | Zoeken | |
|
Indicatoren > Indicatorenlijst > PUBLIEKE INDICATOREN DEPRESSIE: DIAGNOSTIEK
PUBLIEKE INDICATOREN DEPRESSIE: DIAGNOSTIEKHet percentage patiënten waarvan de gegevens in het medisch dossier aantonen dat zij op het moment van diagnosestelling aan de DSM-IV criteria voldeden.*Toelichting*: Voor zowel de patiënt, diens naaste omgeving als de zorgverlener(s) is het van belang te weten dat het om depressie gaat en niet om een andere stoornis of klachten. De diagnose heeft invloed op het te volgen beleid en is van belang bij de voorlichting van de patiënt. Het gebruik van DSM-IV criteria wordt algemeen aanbevolen. (Afgeleid van*: ICSI) Het percentage patiënten waarbij het suïciderisico wordt ingeschat.Toelichting: Hoewel richtlijnen aanbevelen dat bij depressieve patiënten altijd een inschatting van het suïciderisico moet worden gemaakt, blijkt er duidelijk ruimte voor verbetering. Het blijkt dat een aanzienlijk deel van de patiënten van de patiënten waarvan het suïciderisico niet was ingeschat behoort tot de hoogrisico-groepen voor suïcide, zoals mannen en patiënten met gedachten aan de dood of suïcidegedachten. Het suïciderisico van de patiënt heeft belangrijke implicaties voor het te volgen beleid en de frequentie van vervolgcontacten. (Afgeleid van: IQ/NHG, NESDA, RAND) Het percentage patiënten bij wie is nagegaan of er sprake is van middelengebruik (alcohol, drugs of medicatie).Toelichting: Depressie gaat vaak samen met middelengebruik. Het is van belang om het bestaan van comorbiditeit te inventariseren omdat het van invloed is op het te volgen beleid. Zowel de depressie als de verslaving en eventuele gevolgen moeten optimaal worden behandeld. Afgeleid van: RAND, Valenstein et al. Het percentage bekende depressiepatiënten in de praktijkpopulatie.Toelichting: Met een prevalentiemaat wordt een algemeen beeld verkregen van de omvang van de totale depressiepopulatie in de huisartsenpraktijk. De prevalentie van depressiepatiënten in de huisartsen-praktijk is deels afhankelijk van de opbouw van de praktijkpopulatie, maar kan ook een maat zijn voor de mate waarin de huisarts succesvol is gebleken bij het tijdig diagnosticeren van patiënten met een depressie. Prevalentie van depressiepatiënten in de praktijk wordt daarom een indicator voor de kwaliteit van zorg genoemd. (Afgeleid van: IQ/NHG) Het percentage patiënten bij wie is nagegaan of er sprake is van psychische of lichamelijke comorbiditeit.Toelichting: Depressie komt vaak samen voor met andere somatische, psychiatrische of sociale condities. Het is van belang het bestaan van comorbiditeit te inventariseren omdat het van invloed is op het te volgen beleid. (Toegevoegd na consultatie experts) Verwante indicatorenlijst:
|
|
|
|
||
| Ontwerp & realisatie Dot Red 2012 | Disclaimer | Contact | |